Duurzame inzetbaarheid wordt als volgt gedefinieerd:
Het vermogen van de medewerker om nu en in de toekomst toegevoegde waarde te leveren voor een (arbeids)organisatie en daarbij zelf ook meerwaarde te ervaren. Bron: NEN (NPR 6070)
Rondom de term Duurzame Inzetbaarheid worden ook nog allerlei termen gebruikt die soms (deels) hetzelfde vlak bestrijken, zoals werkvermogen en vitaliteit. Bij duurzame inzetbaarheid gaat het verder dan alleen gezondheid, vitaliteit of werkvermogen. Het gaat ook om houding, gedrag, competenties, motivatie en visie.
De term duurzaam is daarbij van belang om het niet alleen gaat over de inzetbaarheid op dit moment, maar ook over de inzetbaarheid in veranderende omstandigheden, zowel in werk als privé.